Naar aanleiding van de kunstroute 2018.


Dichter bij de kunstenaar

 

Ik voel men denken:

Wat nou raar,

Nóg dichter bij zo’n kunstenaar ?

Nog dichter op die vent zijn huid

Komt er dan nog wat zinvols uit?

 

Edoch er wordt gewoon bedoeld

Dat hier de dichter dicht en  voelt

En dus verdicht

In zijn gedicht

Hetgeen de kunstenaar verricht.

 

Zo schiepen zij

Tesaam,

Subtiel,

Het beeld waar elk van hen

Voor viel.

 

Nu gaan ze verder

Zij aan zij

De kunstenaar, de dichter

En zelfs als alle schijn bedriegt

En waarheid louter leugen liegt

Lijkt alles nu wel lichter.

 


Het woord verbeeld het beeld verwoord

 

Het woord

Verbeeldt,

Het beeld

Verwoordt,

’t Is of je hier personen hoort.

 Het beeld

Verwoord,

Het woord

Verbeeld,

Hier is ‘t de kunstenaar

Die speelt.

Terwijl de kunstenaar stof masseert,

Het in een nieuwe bedding vlijt,

Kan de dichter,

Met  woord behept,

Er nu mooi zijn ei bij kwijt.


 

De bij de werkstukken behorende teksten:

 

Hoofden,

Wat zijn er veel.

Markante, bronzen  koppen.

In de musea,

Als metonymia  voor een gevierd persoon.

Maar soms ook  anders

Denk maar aan:

De  Doper,

Van Oldenbarnevelt,

Maria Antoinet.

Hun hoofden zijn niet louter afgegoten,

Die zijn er simpel ruwweg afgezet.

 

 

 De Nijl,

Op de oever

Tussen ‘t langharig riet

Was zij gezeten:

Mijn prinses.

Lichtjaren terug.

Naast haar een gladde, zwarte steen.

Dacht zij aan mij,

Zoals ik vaak aan haar denk

Of wist zij  toen al

Dat zelfs ook dat verdween.

 

 

Zes bij negen

Schoot mijn Brownie.

In Rodinal ontwikkeld

Leefde de glazen familie

2- dimensionaal voort

In zwart en  wit.

 

 Dolende geesten

Eens rondetafel ridders

Smachtend naar de graal.

 

 Als een resort

Ooghoogte aanneemt

Wordt het tijd

Je af te vragen

Wat je gedronken hebt.

 

 Beer van La Mancha

Op de weg al een probleem

Wat dacht je hier van?

 

 Vlindereitjes

Worden rupsen.

Rupsen worden daarna pop

Poppen gaan weer vlinders worden

En die cyclus  houdt nooit op.

Bij mensen gaat dat anders.

Na vlinders in de buik

Kan de uitkomst

Eventueel met poppen spelen.

 

 

In een split second

Sloeg de val dicht.

De kunst is

Om dan nog in gesprek te blijven.

 

 

 Als op een drieluik

Bij ondergaande zon

Een man staat

Weet je zeker

Dat de dag ten einde loopt.

 

 

Stone head

Ze was niet moeders mooiste,

Had ook de wind niet mee

Maar als je haar daarop attendeerde

Kreeg je zelf de wind van voren.

 

 Piëta.

Vreemd,

Dat beelden

Hun eigen leven leiden

En bijna onhoorbaar

“Michelangelo”

Fluisteren.

 

 

Dagboek van een kleinbehuisde:

Samen met zijn zwarte zon

Vastgeklemd in’t kleinste kader

Dat hij maar bedenken kon.

 

 

Confronterend:

Naast je alter ego

Zittend op een bank,

Hem niet herkennen

En denken dat hij,

Net als jij

Naar een zonsondergang kijkt.

Terwijl ‘t bewolkt blijkt.

 

 Kuisheidsgordel

Katten; dat moet je benoemen

En doe je dat

Doe het dan goed

Want

Vaak is een kat

Een lief poesje

Maar soms ook een sneer in je snoet.

Hier:

Een poes die met een kater thuis komt.

 

 

 Hunebedbouwers dat waren pas kerels

Die droegen gewoon hun graf op hun rug

Ze sleepten met keien

Dwars door heel Drenthe.

Na elke legging gingen ze terug

Om een volgende steen van nog verder te halen

Totdat het geheel

Een hunebed was.

Daar kroop  men dan in.

Met dank aan de tijd is alles verdwenen

Niets dat nog rest

Geen herinnering bleef

Slechts het graf bleef zichzelf,

Maar ligt door de eeuwen

En het toerisme 

Een tikkeltje scheef.

 “En dood” , sprak de dode,

“Heb  je niks aan je eigen.”

Daar kun je alleen maar een urn voor krijgen.

 

 

Zo zoet en zo close

Zo’n  jong pre- gezin:

Een vader, een moeder

Met een baby erin

Zo knus en genoeg’lijk

Zo echt en zo fijn

Zo zou het leven

Altijd moeten zijn.

Helaas één paar benen,

Misschien toch maar lenen?

In tegenstelling tot de hypotheek

Die moet je nemen.

 

 Groen

Ik houd  zo van

Dat  groen.

Uit poollicht ooit geboren

Blijft mij ‘t  groen bekoren.

De groene geur  

Van ‘t natte gras.

Wellicht,

Omdat  Lionni’s  groen

Van Blauwtje en Geeltje was. *)

 *)  “Blauwtje en Geeltje”, een kinderboek van Leo Lionni.

 

 

Houd je handen thuis

Gebood haar moeder altijd

Haar lijf is haar  huis.

 

 Op ’t scherpst van het

Horizontaal / verticale snijvlak

Vonden  handen elkaar:

Niet sterker

Dan de zwakste schakel.

 

 Selfie

Schoorlse duinen:

Vervaagd en vergeeld.

Tijden, waarin digitaal niet bestaat.

Een knul met een  boxje

In zwart en in wit

Analoog met zijn wereldje praat.

We spreken 1959

Midden vorige eeuw.

Beelden verbleekten tot niet te geloven,

Maar dank zij  die selfie

Komt alles weer boven:

Het strand en de duinen,

Speeltuin van een kind

Dat het beeld van zijn jeugd

In die foto hervindt.

 

 

Game of eggs

Wat men nu game noemt

Heette vroeger spel

En gamen 

Was toen simpelweg

Wat spelen,

Een zelfbedenksel

Tegen het vervelen.

Nothing has changed in time

Al denk ik dat soms wel.

Het internet in handbereik:

Nooit  verder

Dan het scherm.

Toch blijft voor mij

Het dichtste  bij

De boter

Kaas

En ook het ei.

Leve het bruidspaar

Misschien over vijftig jaar

Als goud bij elkaar.

 

 

Tafelschikking

Wij allen zijn ten dode opgeschreven

Daar helpt geen lieve moer een malle moeder aan

Alleen  de wereld moet blijven bestaan.

Een mooie klus

Voor nu we toch nog leven:

Het mes op tafel.

 

Vaak ziet hij ze  vliegen

Soms langs zijn gezicht

Kan toch niet bedenken

Waar dat nou aan ligt.

Alles schiet schichtig,

Vliegt vluchtig voorbij

Te midden die chaos

En eenzaam staat hij:

Hij ziet ze vliegen.

 


Bloedbroeders zijn zij,

Gemaakt voor het leven.

Mede mogelijk gemaakt

Door de wetenschap

Dat het middelpunt der aarde

Loodrecht onder hun voeten ligt.

 

 Als je je afvraagt wat zo’n man denkt

Zal je alleen je eigen gedachten

Weerspiegeld zien:

Hij denkt niet.

 

 Kus je  alle kikkers prinsen,

Zou de adelstand flink degraderen.

 

 Zittend op een steen

Bedenk ik bij mij zelve

Hoe hard kan het zijn.

 

Kijk op kunst 2018  Geesteren / Gelselaar

Deze keer in samenspraak met dichters, dus:

 

Dichter bij de kunstenaar.

 

Ik voel men denken:

Wat nou raar,

Nóg dichter bij zo’n kunstenaar ?

Nog dichter op die vent zijn huid

Komt er dan nog wat zinvols uit?

Edoch er wordt gewoon bedoeld

Dat hier de dichter dicht en  voelt

En dus verdicht

In zijn gedicht

Hetgeen de kunstenaar verricht.

Zo schiepen zij

Tesaam,

Subtiel,

Het beeld waar elk van hen

Voor viel.

 

Nu gaan ze verder

Zij aan zij

De kunstenaar, de dichter

En zelfs als alle schijn bedriegt

En waarheid louter leugen liegt

Lijkt alles nu wel lichter.

 

Alles onder het motto:

 

Het woord verbeeld, het beeld verwoord:

 

Het woord

Verbeeldt,

Het beeld

Verwoordt,

’t Is of je hier personen hoort.

 Het beeld

Verwoord,

Het woord

Verbeeld,

Hier is ‘t de kunstenaar

Die speelt.

Terwijl de kunstenaar stof masseert,

Het in een nieuwe bedding vlijt,

Kan de dichter,

Met  woord behept,

Er nu mooi zijn ei bij kwijt.

 

 

“Lijkt alles nu wel lichter”

Deze kunstroute verandert nauwelijks iets aan de loop der dingen, alhoewel ook dit niet vaststaat.

 

Wat zegt mijn werk?

Wil ik überhaupt iets zeggen?

Misschien alleen verrassen, zonder overtuigen.

Moet het  “mooi” zijn om verbazing op te roepen?

Mijn werk komt in fasen tot stand  en wordt uiteindelijk wat het is.

Gedachten in de vorm van haiku’s en gedichten, naderhand toegevoegd,

vormen een onlosmakelijk geheel ermee.

Edoch…

Niets is wat het lijkt.

De kijker maakt het zijn  fantasie als  regisseur.

Mijn kinderen zijn de deur uit.

 


 

Jaap Bakker

Nettelhorsterweg 34

7274 EB Geesteren

Tel. 0545 481540

Zie ook

www.keramagiek.nl



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK